Reiservaringen
Hoe was uw cruise? Laat het ons weten!
Tallinn, een bijzondere havenstad - Verslag door Jelger van Weydom
Er is een overeenkomst tussen veel havensteden - de grote havensteden althans. Vaak hebben ze een bijzonder interessant centrum: de reden voor de gemiddelde bezoeker om de havenstad aan te doen. Maar vrijwel altijd dient er een behoorlijk stuk afgelegd te worden om datzelfde centrum te bereiken. En dat stuk voert dan langs een troosteloze kuststrook, gevuld met vrachtcontainers en hijskranen.
Tallinn is zonder enige twijfel een grote havenstad. Een belangrijke in elk geval. De Estse hoofdstad is een pleisterplaats voor cruiseschepen en ferry's. Toen ik de stad afgelopen zomer met wat vrienden bezocht, verwachtte ik vanaf het water dan ook weinig spectaculairs te zien. We voeren binnen vanaf Helsinki en maakten ons op voor een flinke rit naar het fotogenieke (daar gingen wij tenminste vanuit) historische hart. Groot was onze verbazing dan ook toen we op het dek stonden en verschillende kerktorens in het vizier kregen. Dat moest nog geen kilometer vanaf de kade zijn! Wat was dit? Geen taxirit, geen gesleep met onze spullen? Dat waren we toch allerminst gewend.
Het is de charme van Tallinn: het aantal van een half miljoen inwoners is vrij behoorlijk, maar in alles heeft deze stad de uitstraling van een dorpje. Alle bezienswaardigheden liggen op loopafstand, keurig afgebakend door een oude kasteelmuur. Binnen die muur lijkt het ook of je zo vijf eeuwen terug in de tijd wandelt.
Ons hotel zat zo’n beetje in de stadsmuur gevestigd en vormde dan ook de ideale uitvalsbasis om de stad te verkennen. Het viel ons op dat we niet de enigen waren die op de vermeende charme van Tallinn waren afgekomen. Het cruiseschip de Balmoral lag afgemeerd en de passagiers verspreidden zich snel door de straten. Er wordt handig op de toeristische belangstelling ingespeeld. Je vindt hier veel souvenirswinkeltjes en terrasjes. Matroesjkapoppetjes en pullen bier vormen ongetwijfeld een belangrijke inkomensbron voor Tallinn.
Toch lijkt het toeristische leven zich vooral rond het centrale plein af te spelen. Dwaal even verder en je ziet heel wat moois. De Alexander Nevsky kathedraal bijvoorbeeld, het meest imposante gebouw van de stad. De reisgids leert ons dat we hier tegenover een orthodoxe kerk staan, die tussen 1894 en 1900 is gebouwd. De Sovjets wilden het gebouw in 1924 afbreken, maar gingen nooit over tot de uiteindelijke uitvoering van dat plan. Gelukkig maar, dat zou zonde zijn van zo’n schitterend staaltje architectuur.
Het schilderachtige straatje Pikk – wel weer aardig toeristisch georiënteerd – voert naar het hoogtepunt van de stad. Hoogste punt is wellicht een betere uitdrukking, want de St. Olaf kerk torent boven alle andere gebouwen uit. De kerk zelf is niet eens zo heel bijzonder, maar het uitzicht vanaf zestig meter hoogte is dat wel. Nadat je je door een stelsel aan nauwe trapjes hebt gebaand, komt de beloning in de vorm van een van de mooiste vergezichten in de Baltische Staten.
Eerder hadden wij al wanhopig gezocht naar het beste stukje stadsmuur om de Nevsky kathedraal te fotograferen. Dat bleek een vergissing. Het beste fotomoment is eenvoudigweg te maken vanaf de kerk die onze aandacht in eerste instantie nauwelijks kon vasthouden.
Dit was het perfecte uitzicht. In het midden de kathedraal, daarvoor een wirwar van kronkelige straatjes. Ze eindigen op het plein, waar met een haviksoog nog wat cruisegangers met camera’s waarneembaar zijn.
En meteen links liggen de cruiseschepen en ferrry’s te wachten in de haven. Op nog geen kilometer afstand. Ongelooflijk.

