Reiservaringen
Hoe was uw cruise? Laat het ons weten!
De gezellige pubcultuur van Dublin - Verslag door Jelger van Weydom
Metershoge ijzeren vogels die van bovenaf vanuit een soort cockpit bestuurd worden. Mannen die wasmachines, koelkasten of zelfs complete koeien op hun rug dragen. Majorettekorpsen met meisjes die soms de grootste moeite hebben met het stokje in de maat te blijven. En danseressen, vooral heel veel danseressen. De grote St. Patrick’s Day Parade die jaarlijks in Dublin gehouden wordt is een bizar spektakel.
Toen ik met een grote groep vrienden naar de Ierse hoofdstad vertrok voor een stedentrip, was de viering van St. Patrick’s Day ons voornaamste doel. Het zou een soort Koninginnedag moeten zijn, verwachtten we. Maar dan op zijn Iers, met groen in plaats van oranje. Nadat we de parade hadden bekeken, was het tijd voor een eerste rondje door de stad. De aanwezige mensenmassa bevestigde onze vermoedens: dit leek redelijk op de drukte die de pleinen in Amsterdam op de laatste zaterdag in april kenmerken. Op St. Patrick’s Day dragen de Ieren groene hoeden met shamrocks, het klavertjedrie dat symbool staat voor het land. Meestal in combinatie met een groen t-shirt of een groene vlag van Guinness-bier, zo ontdekten we.
Tot zover de overeenkomsten tussen beide feesten. Dat Dublin verder niet met Amsterdam te vergelijken valt, werd ook snel duidelijk. In Ierland vind je geen live muziek op straat en een biertje drinken zit er niet in, daar zorgt de ijverige politie op straat wel voor. Nee, het voornaamste deel van het sociale leven speelt zich in de kroegen af. Temple Bar valt te omschrijven als het cafédistrict, hier zitten de bars en kroegen met tientallen bij elkaar verzameld. Binnen speelt aanstormend talent de nummers die de Dubliners willen horen. Het vroegere werk van Oasis, veel nummers van Greenday, vanzelfsprekend U2 en – nog altijd – The Beatles. Het gaat hard met de pints Guinness, zo hard zelfs dat het strenge alcoholbeleid op straat prima te begrijpen is. Een paar dagen Dublin leert dat Ieren stevige drinkers zijn.
De voornaamste toeristische bezienswaardigheden binnen de stad zijn dan ook gerelateerd aan alcohol. De Guinness-brouwerij is een immens complex van een verdieping of tien, waar de bezoeker alles over de totstandkoming van ’s werelds meest beroemde zwarte bier leert. Vervolgens kan hij of zij het zelf tappen, om zo het diploma van Guinness-expert in de wacht te slepen. Het is een bijzondere attractie, of je nu van Guinness houdt of niet. De Jameson-whiskydistilleerderij oogt iets authentieker. Hier worden rondleidingen gegeven door een gids met de nodige zelfspot (,,Als u dit leuk vond, wees gewaarschuwd: mijn grappen worden vanaf hier alleen maar slechter’’) die veel liefde voor zijn vak uitstraalt. Tijdens beide rondleidingen lijkt het toeristen vooral om het drinken te gaan. Een gratis proefmonstertje gaat er wel in, twee zou nog beter zijn. En als de distilleerderijen en brouwerijen gaan sluiten, dan kunnen ze direct de pub in.
Zo ervoeren wij Dublin. Hoewel het een stad is met de nodige bijzondere architectuur en cultuur (vergeet vooral St. Patrick’s Cathedral en Trinity College niet te bezoeken), is dat voor weinigen de belangrijkste drijfveer om hierheen te komen. Maar mensen die een stad zoeken die een vriendelijke sfeer uitademt, een goede muzikale scene heeft en een karakteristieke keuken (Guinness-stew), hebben hem hier gevonden. En die parade, die moet je eenmaal in je leven gezien hebben. 17 maart, ieder jaar.
